Aluminium lassen vraagt om schone kanten en passende draad
Kort gezegd
Bij aluminium lassen kan een onzichtbare oxidelaag de versmelting hinderen, terwijl warmte zich snel door het materiaal verspreidt. Met een schone lasnaad, een passende TIG- of MIG-instelling en toevoegdraad die bij de legering past, voorkom je veelvoorkomende problemen.
Een aluminium onderdeel lassen vraagt om andere keuzes dan staal. De oxidelaag smelt bij een veel hogere temperatuur dan het aluminium zelf, en vuil of vocht kan poriën in de las veroorzaken. Begin daarom niet met de machine-instelling, maar met het materiaal: weet je welke legering je hebt, hoe dik die is en welke eisen het onderdeel moet halen? Die informatie bepaalt mede of TIG of MIG geschikt is en welke toevoegdraad je nodig hebt.
Waarom vraagt aluminium lassen om extra voorbereiding?
Aluminium vormt aan de lucht snel een oxidehuid. Die huid smelt bij een veel hogere temperatuur dan het basismateriaal en kan daardoor de versmelting van de lasnaad belemmeren. Aluminium voert bovendien warmte snel af. Dat maakt een passende warmte-inbreng en een goede voorbereiding belangrijk, zeker bij dun materiaal of verbindingen met hoge kwaliteitseisen. De verschillen tussen aluminium en staal spelen ook bij andere bewerkingen mee; de belangrijkste materiaaleigenschappen staan bij aluminium bewerken.
Verwijder eerst olie, vet en ander vuil. Borstel daarna de lasnaad met een schone roestvaststalen borstel die uitsluitend voor aluminium wordt gebruikt. De volgorde is van belang: volgens de uitleg van Miller Electric over reinigen vóór het lassen kan borstelen vóór het ontvetten verontreiniging in het oppervlak werken. Houd ook toevoegmateriaal schoon en droog.
Wanneer kies je TIG en wanneer MIG?
TIG is geschikt wanneer je nauwkeurig wilt sturen op de lasboog en de hoeveelheid toegevoegd materiaal. Bij aluminium wordt doorgaans wisselstroom gebruikt: die ondersteunt het reinigen van het oppervlak tijdens het lassen. De instellingen moeten passen bij de staat van het materiaal en de verbinding. Te veel reinigende werking kan de wolfraamelektrode extra belasten; reken dus niet op de wisselstroom als vervanging voor mechanisch reinigen.
MIG is vaak een praktische keuze voor productiewerk en langere lassen, maar vraagt om een opstelling die zachte aluminiumdraad betrouwbaar aanvoert. De lasmethode alleen bepaalt het resultaat niet: ook de laspositie, materiaaldikte, verbinding en benodigde laskwaliteit tellen mee. Laat je onderdelen maken, leg die eisen dan vast op de tekening of in de werkafspraak. Bij een kritische verbinding hoort ook een passende lasprocedure en beoordeling door iemand met de juiste vakkennis.
Hoe kies je de juiste toevoegdraad?
Kies de toevoegdraad op basis van de aluminiumlegering en de gebruikseisen van het onderdeel, niet alleen op basis van de lasmethode. Noteer daarom eerst de legeringsaanduiding van het basismateriaal. Is die onbekend, probeer die dan te achterhalen via materiaalcertificaat, tekening of leverancier voordat je een draad kiest. Een algemene keuze kan bij een specifieke toepassing ongeschikt zijn.
4043 en 5356 zijn veelvoorkomende toevoegmaterialen, maar hun eigenschappen en toepassingsgebieden verschillen. De adviezen van Miller Electric over TIG-lassen en toevoegstaven koppelen de keuze aan de basismetaallegering en het type onderdeel. Gebruik bij een constructief of anderszins kritisch onderdeel de voorgeschreven combinatie en laat twijfel beoordelen; een draad kiezen op basis van alleen een algemene vuistregel is onvoldoende.
Hoe pak je aluminium lassen stap voor stap aan?
- Controleer materiaal en eisen. Zoek de legering, dikte, verbinding en eventuele eisen aan sterkte, uiterlijk of nabewerking op.
- Bereid de lasnaad voor. Verwijder coating en vuil waar nodig. Ontvet de delen en borstel daarna de oxidehuid weg met gereedschap dat schoon is en alleen voor aluminium wordt gebruikt.
- Kies proces en toevoegmateriaal. Bepaal TIG of MIG op grond van het werk en controleer of de draad past bij de legering en toepassing.
- Stel de apparatuur af en maak een proeflas. Gebruik gegevens die passen bij materiaal, dikte en machine. Beoordeel de proef voordat je aan een onderdeel met eisen begint.
- Las met schone materialen. Voorkom dat de toevoegdraad, lasnaad of gereedschappen opnieuw met vocht, olie of ander metaal worden verontreinigd.
Hoe controleer je de las?
Bekijk de las en het aangrenzende materiaal op zichtbare poriën, scheuren, onregelmatige randen en tekenen dat de delen niet goed zijn versmolten. Een netjes ogende las is op zichzelf geen bewijs dat een verbinding aan constructieve eisen voldoet. Bij onderdelen die belasting dragen of aan een norm moeten voldoen, is de afgesproken inspectie- of beproevingsmethode leidend.
Poriën kunnen samenhangen met verontreiniging of vocht. TWI wijst in zijn uitleg over porositeit bij aluminium lassen onder meer op het droog bewaren van toevoegdraden en het schoonhouden ervan. Vind je een gebrek, gebruik het onderdeel dan niet zonder beoordeling wanneer de verbinding kritisch is. Achterhaal eerst de oorzaak, herstel de voorbereiding of instellingen en maak zo nodig een nieuwe proeflas.
Veelgestelde vragen
Moet je de oxidelaag altijd verwijderen voordat je aluminium last?
Ja, verwijder vuil, olie en de oxidehuid vóór het lassen. Ontvet eerst en gebruik daarna een schone roestvaststalen borstel die je alleen voor aluminium gebruikt. Bij TIG kan de wisselstroom extra reinigende werking geven, maar dat vervangt de voorbereiding niet. Een dikke of hardnekkige oxidelaag vraagt om grondiger mechanisch reinigen.
Kun je aluminium met een gewone MIG-machine lassen?
Niet elke MIG-opstelling voert aluminiumdraad betrouwbaar aan. Aluminiumdraad is zacht en kan tijdens het toevoeren vervormen of vastlopen. De juiste draadaanvoer, toorts en instellingen zijn daarom belangrijk; welke configuratie nodig is, hangt af van de machine, draaddiameter en toepassing. Controleer de handleiding van de apparatuur voordat je begint.
Is 4043 of 5356 de juiste toevoegdraad voor aluminium?
Dat is niet zonder meer te bepalen. De juiste draad hangt af van de basismetaallegering en de eisen aan de verbinding, zoals gebruiksomstandigheden en eventuele nabewerking. 4043 en 5356 zijn veelgebruikte toevoegmaterialen, maar zijn niet onderling uitwisselbaar voor elke klus. Controleer de materiaalgegevens en volg zo nodig de lasprocedure voor het onderdeel.
In de rubriek ALU Aluminium bewerken